Home > De Galgewei > Bewoners > Interview Rein de Feijter

Interview Rein de Feijter

Interview Rein de Feijter

Ondanks het gegeven dat Rein de Feijter al enkele jaren zijn huisje (no.41) op de wei heeft verkocht, is zijn aanwezigheid destijds voldoende aanleiding om hem nogmaals ten tonele te voeren. Gewapend met een doos dia’s kwam Rein de wei op tijdens een koude januari dag in 2017.

Zijn verhaal is boeiend en dus startten we met zijn prille bestaan op deze wereld. Rein is geboren in Terneuzen. Reeds voor de oorlog verhuisde het gezin naar Vlissingen. Rein was amper 5 a 6 jaar en kan zich toch deze donkere periode goed herinneren. Door bombardementen op het havenkwartier (Dok van Perry) zijn ze tot driemaal getroffen. Uiteindelijk zijn ze, omdat het niet meer bewoonbaar was, bij een inwoner van Westkapelle beland bij dhr. Lau de Kam. Dat was een prima adres en hij kijkt er nu nog met veel voldoening op terug. Vader moest in opdracht van de Duitsers veel werken in en op de vuurtoren van Westkapelle. Opvallend was dat in West Kapelle nog iedereen, vooral de meisjes, in klederdracht liepen en het gezin de Feijter (5 kinderen) al in “burger” liep, maar het was goed toeven bij dhr. De Kam.

Voorafgaande aan de landing in Westkapelle (1944) werden de duinen gebombardeerd zodat het water naar binnen kon stromen. Tevoren werden de bewoners gewaarschuwd middels uitgestrooide pamfletten uit vliegtuigen. Vader en moeder van Rein hebben hun (beperkte)huisraad op een karretje geladen en met de knieën al in het water, vertrokken naar Domburg. Onderweg werden ze gewezen om in de molen van Westkapelle te gaan schuilen, maar vader trok verder. Later is bekend geworden, dat de vluchtelingen in de molen allemaal zijn omgekomen! 

Onderweg naar Domburg hebben ze eerst nog 2 dagen in de buurt van Aagtekerke in een sloot gelegen om niet beschoten te worden door vliegtuigen. Daarna hebben ze in het badhotel Domburg een kamertje gekregen voor 7 personen! Na enige tijd, tijdens de kerstdagen, naar een boer in Nieuwdorp. Daaraan gekomen was er echter geen plaats meer voor hen. Ze trokken verder en vonden plaats bij een andere boer onderdak gevonden. Slechts een kamer ter beschikking en met z’n allen sliepen ze op zolder. Uiteindelijk werd na een jaar een noodwoning gevonden op de Singel in Vlissingen.

Een opmerking wil hij nog kwijt: Hij heeft zijn vader en moeder nóóit horen klagen, ondanks dat ze tijdens en door deze omzwervingen nagenoeg alles kwijtraakten. Dat heeft hij kennelijk meegenomen als richtsnoer in zijn leven. Altijd de positieve kant zien!

De naoorlogse periode was een tijd van onderwijs t.w. leerschool de Schelde, de VMTO, schakelklas HTS en toen brak de dienstplicht aan. Bij de Genie was hij o.m. gestationeerd in Vught, Soesterberg, Raamsdonkveer. Hij maakte dankbaar gebruik van studiefaciliteiten want de kaderschool en diverse avondstudies werden er gevolgd. Hij zwaaide af met de status van sergeant.

Hij kreeg werk bij Fokker in Dordtrecht. Inmiddels had hij al lang verkering met zijn (reeds overleden) vrouw Nel Kuijper. Zij was geboren in Yerseke in het z.g. buikenhuis. In de oorlog gingen daar alle zwangere vrouwen uit Zeeland naar toe, doch men woonde al in Vlissingen. Ze trouwden en gingen uiteraard in Dordtrecht wonen. De vakanties werden steevast in Vlissingen doorgebracht. De schoonouders van Rein (fam. Kuijpers) hadden zowel een huisje in het Vebenabos als op de Galgewei. Vooral Nel vond het huisje op de wei het leukste. Vebenabos werd verkocht, maar het huisje op de wei kon Rein kopen in 1967.

Er brak toen een tijd aan van verbouwen en veel plezier met o.m. Ton en Ineke Reesink, Frans en Corrie Geensen, Dirk en Gre Marckelbach (Gre is een zus van Nel). Er is toen een onderlinge band ontstaan, die nooit meer is overgegaan. Ze zoeken elkaar nog geregeld op. De wei was nog volop in ontwikkeling. Het washok was nog aanwezig met de toiletten, wasbak en koude douche in de open lucht. Dus water halen met jerrycans. Een primitieve douche bij het huisje en butagaslampjes(kousjes) zorgden voor wat verlichting. Als ’s-nachts de boten bij hoogwater langs voeren rinkelden de glaasjes.

Om toch de lezer een indruk van die tijd te geven schetst Rein ervaringen over het reizen. Men beschikte in 1967 nog niet over een auto en dus reden ze met een buurman weleens mee of met de trein. Het was een hele onderneming, maar tijdens de vakantieperiodes bleef men uiteraard langer. De oliekachel zorgde weliswaar voor warmte, maar men liet dit in koude dagen lekker ’s-nachts branden en in de ochtend constateerden zij dat de neusgaten vol zwarte roet zaten! Het opklapbed was ook niet alles want men hoorde in de nacht de muizen door de wanden en de vloer lopen. Zodanig zelfs dat op een ochtend een (dode) muis werd aangetroffen onder het matras, geheel platgedrukt. Rein benoemde het meteen de Platte Landsmuis, ons huisdier.

Het oude huisje werd afgebroken en in de tuin van zijn huis in Dordrecht werd een nieuw exemplaar opgebouwd. Met een vrachtauto werden de delen naar de Galgewei gebracht en in elkaar gezet. Later heeft Rein het huisje uitgebouwd en verhoogd, zodat er twee slaapkamers bij kwamen. Veel hulp van de bewoners gekregen, maar Rein was ook actief in hand en spandiensten voor andere bewoners. Het leven in en op de wei was een grote familie gebeuren. Hij leerde er vissen op Zeebaars, want je moest, vooral als het stormde 2 uur voor hoogwater in de muien(geulen) vissen, want daar hielden deze vissen zich veel op. Vergeleken bij nu werden er grote exemplaren gevangen. De grootste die gemeten werd was 94 cm! Tegenwoordig is dit niet meer mogelijk. Dhr. Kerkhof (vader van Lia van der Zee) leerde hem hoe je deze vissen moest fileren. Ook was er paling in de sloot. Daarover weet hij te vertellen dat Reggie (zie interview Reggie en Jos) met een lijntje deze palingen wilde verschalken. Rein daarentegen haalde deze lijntjes binnen (al of niet met paling) en maakte er een kunstslang aan vast. Dat tot groot ongenoegen van de eigenaren (fam. Hoefman) van het lijntje!!! 

De inbrekers (een zwerver meestal) zorgden voor onrust en schade op de wei. Ondanks de assistentie van politie keerde de man geregeld terug. De mollenvangerij was – toen al - een sport apart. Met een aantal plankjes werd een gat gemaakt in de mollengang en een klem gezet. Het verhaal- reeds opgetekend – was dat op een dag een merel zich doodvloog tegen het windscherm van Rein. Hij, altijd in voor een grapje, legde deze dode vogel in een mollenklem. Groot was de verbazing van o.m. Ton Reesink dat hij een merel in de klem vond. De aap kwam snel uit de mouw en de sfeer was gezet!

Of dat een bewoner een zeilboot had met de naam VENUS. In de nacht heeft men de V overgeplakt met een P. De eigenaar had er geen erg in en voer er lustig op los, totdat zijn vrouw hem attendeerde op deze grap(!?) Hilariteit alom, dat snappen we, zeker in die tijd! De kinderspelen was een hoogtepunt, vooral rond pinsteren en de Zomervakantie. Vroeg in het voorjaar werden de huisjes weer gereed gemaakt voor de zomerperiode. Dat betekende poetsen, meubels naar buiten, wassen van gordijnen enz. Een hele operatie. 

Ook gebeurde het dat een koe (misschien een stier) uit de wei (waar nu de nieuwe wei is) was uitgebroken en los over de wei liep. Iedereen zijn huisje binnen en afwachten. De boer, die gewaarschuwd werd, bleef er kalm onder en zei dat de koe automatisch weer terug zou gaan naar zijn wei en zo geschiedde – tot opluchting van de bewoners – dat ook prompt.

Ook wist hij zich te herinneren dat er reeën vanaf de Zeeuws-Vlaanderen kust de monding van de Schelde over staken om op Walcheren te komen grazen of paren. Rein wist bewoners wijs te maken dat ze een ree gevangen hadden en dat ze nu die ree de schoolslag aan het leren waren. Enkele trapten erin.
Er werd collectief mosselen gekookt om samen lekker op te eten. Enkelen zijn er ook erg ziek van geworden.  Bereikbaarheid was er destijds nauwelijks of nog niet, wat nu wel het geval is. Een telefooncel bij Hotel Westduin, dat was alles. Zeer lastig, vooral bij ziekte of ongelukjes. De slagboom was ook af en toe een obstakel, maar een handig nagemaakte sleutel gaf wel uitkomst en zodoende heeft Rein in een noodgeval ‘s-nachts een zieke naar het ziekenhuis kunnen brengen.)

Een andere leuke herinnering was dat de dochter van fam. Marckelbach trouwde van uit het zomerhuisje. Ze vertrokken met een koets met paarden ervoor. Alle gasten werden ingeladen en daar ging de stoet naar het stadhuis. Een zeer aparte belevenis.

Inmiddels stopte hij bij Fokker en Rein en Nel kozen voor het overwinteren in Spanje en in de zomer op de wei. Hun huis in Dordtrecht werd nagenoeg niet meer bewoond door hen. Dat gaf uiteindelijk wat wrevel en zij voelden zich nergens meer “thuis”. Het huis in Dordtrecht werd verkocht. Spanje werd ook een te grote onderneming en de Galgewei ging tevens in de verkoop. Een bungalow in Koudekerke werd hun domicilie. Nel heeft echter niet volop kunnen profiteren van deze nieuwe woning. Ze werd ernstig ziek en overleed na een lange ziekteperiode van 2.5 jaar in 2006.

Rein heeft deze woning inmiddels verkocht aan zijn zoon en bewoont nu een appartement in Vlissingen.
In feite heeft hij geen spijt van de verkoop, want – zo optimistisch als hij is – kijk hij terug op een mooie periode. Hij komt geregeld nog bij Frans en Corrie, Ton en Ineke en Gre en Dirk thuis op bezoek. De wei is veranderd, dat wel, maar ook ten goede. Het is verbeterd qua voorzieningen, uitstraling en onderhoud. Hij redeneert dat elke tijd zijn bekoring heeft en dat moet je ook positief beschouwen. 

Hij sluit zijn relaas af met een foto van zijn voormalig huisje en overhandigt mij een doos dia’s. Rein, het is een opmerkelijk diepte-interview geworden, waarin je je mening en weetjes niet onder stoelen of banken hebt gestoken. Bedankt en we zien je graag terug op de wei.

Zomerwoning huren of kopen?
Bekijk het aanbod
© 2018 De Galgewei